Dezelfde taal spreken is cruciaal voor goede zorg. Een taalbarrière in de zorg kan leiden tot over- en onderbehandeling, lagere kwaliteit van zorg en minder tevredenheid onder patiënt én zorgverlener. Vertaalhulpmiddelen, zoals tolk, vertaalapps of Artificial Intelligence, kunnen zorgen voor heldere communicatie bij een taalbarrière. In de publieke gezondheidszorg is het doel van communicatie gericht op het informeren en adviseren van de cliënt maar wordt er ook informatie opgehaald bij de cliënt ten behoeve van de volksgezondheid. Met een mixed-method studie onderzoeken we de ervaringen van zorgverleners binnen de GGD’en, afdeling infectieziektebestrijding, met taalbarrières en vertaalhulpmiddelen, hoe een taalbarrière wordt gesignaleerd en vertaalhulpmiddelen worden gekozen, en welke bevorderende en belemmerende factoren hierbij spelen. Met een vragenlijst, verstuurt aan alle afdelingen infectieziektebestrijding in Nederland, wordt kwantitatieve data verzameld over hoe vaak een taalbarrière wordt ervaren en hoe vaak en welke vertaalhulpmiddelen worden gebruikt. Daarnaast vinden er individuele interviews plaats waarbij dieper wordt ingegaan op het signaleren van een taalbarrière, de keuze voor vertaalhulpmiddelen, welke factoren daarbij een rol spelen, en de bevorderende en belemmerende factoren die hierbij worden ervaren. De resultaten van deze studie kunnen dienen als aanbevelingen voor toekomstige richtlijnen gericht op de publieke gezondheidszorg met betrekking tot het signaleren van een taalbarrière en het gebruiken van verschillende vertaalhulpmiddelen. Najaar 2026 verwachten we de eerste resultaten van het onderzoek.
Betrokken medewerkers
Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Patrick van Schelven, AIOS Maatschappij + Gezondheid bij GGD regio Utrecht. Het onderzoek wordt vanuit AMPHI begeleid door dr. Tessa van Loenen en dr. Suzanne Smit, senior onderzoekers bij de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc.