Onderzoeken Digitaal ondersteund bron- en contactonderzoek tijdens de COVID-19 pandemie: wat is de toegevoegde waarde?

Tijdens de COVID-19 pandemie had de GGD regio Utrecht (GGDrU) een systeem ingevoerd (Coronacare) dat een groot deel van het BCO digitaal liet verlopen. De toegevoegde waarde van digitaal ondersteund BCO tijdens de pandemie is voor de praktijk eerder nog niet goed in kaart gebracht. Deze studie heeft zowel de doorlooptijd van melding bij de GGD tot het informeren van de persoon met een positieve SARS-CoV-2 testuitslag, als de compleetheid van de BCO-data onderzocht. Hiervoor zijn twee periodes met elkaar vergeleken: een periode waarin sprake was van digitaal ondersteund BCO en een vergelijkbare periode waarin sprake was van ‘traditioneel’ BCO zonder digitale ondersteuning. Op basis van de resultaten werd duidelijk dat tijdens de periode met digitaal BCO de doorlooptijd langer was dan in de periode met traditioneel BCO. Daarnaast blijkt leeftijd, specifiek bij 0-5 jarigen en 65-plussers, in de periode met digitaal BCO geassocieerd te zijn met kortere doorlooptijden. Wat betreft de compleetheid van de data is er geen duidelijk verschil tussen de twee periodes. Vanwege beperkingen in de validiteit van de geregistreerde gegevens moeten de conclusies met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. In deze studie werd vastgesteld dat bepaalde gegevens voor het monitoren van de doorlooptijden van het BCO-proces niet gestandaardiseerd waren in het systeem en daardoor moeilijk toegankelijk of onvolledig waren.  Voor toekomstig onderzoek en verdere ontwikkeling van digitaal BCO is het essentieel om de registratiestructuur te versterken. Dit houdt in dat niet alleen inhoudelijke gegevens worden vastgelegd, maar ook het registreren van processtappen. Een duidelijke vastlegging van start- en eindvelden binnen het BCO-proces en de systematische registratie van processtappen, zoals het informeren van geïnfecteerde personen en contacten met een tijdstempel, zijn hierbij cruciaal. Daarnaast is het wenselijk dat alle contacten gekoppeld aan personen met een positieve testuitslag volledig kunnen worden vastgelegd en kunnen worden geëxporteerd voor onderzoek. Door in de toekomst aandacht te besteden aan gestructureerde en gestandaardiseerde vastlegging van processtappen, kan niet alleen de evaluatie van BCO verbeteren, maar ook de inzetbaarheid van digitaal BCO binnen infectieziektebestrijding worden geoptimaliseerd. 

 
Advies voor implementatie:  

De inzichten uit dit onderzoek kunnen gebruikt worden voor de ontwikkeling van het landelijke nieuwe IV-systeem voor infectieziektebestrijding. 
 
Betrokken medewerkers: 
Dit onderzoek werd uitgevoerd door Ines Figaroa, epidemioloog, Stijn Raven, arts M+G beiden GGD regio Utrecht, Daan Vermeulen, arts Infectieziektebestrijding en Roan Pijnacker, epidemioloog bij het RIVM. Het onderzoek werd vanuit AMPHI begeleid door Ellen Van Jaarsveld, senior onderzoeker. Het onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door financiële steun van RIVM regio gelden.