Voor pandemische paraatheid is vroegsignalering van infectieziekten essentieel. In deze studie hebben wij de potentie van het gebruik van elektronische zorgregistraties van huisartsen voor een vroegsignaleringssysteem onderzocht.
We hebben enerzijds een beschrijvende evaluatie uitgevoerd van surveillance indicatoren over de data van het Family Medicine Network (FaMe-Net) in Nederland: volledigheid, structuur voor interne validiteit, eenvoud, aanvaardbaarheid, stabiliteit, betrouwbaarheid, representativiteit en tijdigheid.
Daarnaast hebben we ook data gebruikt uit 2014 t/m 2024 van vier huisartsenpraktijken van FaMe-Net. Hieruit hebben we symptoom en diagnose codes van 35,468 patiënten geëxtraheerd. We ontwikkelden negen definities voor infectieziektesyndromen, gerelateerd aan respiratoire infecties, gastroenteritis, exantheem, infectieuze conjunctivitis en koorts. Wekelijkse aantallen van alle relevante diagnosecodes voor deze infectieziektesyndromen zijn berekend. Het algoritme ‘Farrington flexible’ is gebruikt om een drempelwaarde te genereren voor 2019-2024, gebaseerd op de aantallen diagnosecodes van de voorgaande vijf jaren (referentieperiode 2014-2018). De periode vanaf week 40 2020 t/m week 39 2023 werd geëxcludeerd wegens verstoring door de COVID-19 pandemie. Het respiratoire seizoen was gedefinieerd vanaf week 40 van een bepaald jaar t/m week 20 van het daaropvolgende jaar. Alarmsignalen gaven aan wanneer de geobserveerde wekelijkse aantallen de drempelwaarde overschreden. Een groot alarmsignaal was >10% boven de drempelwaarde. Binnen deze studie definieerden we potentie voor alle infectieziektesyndromen als er alarmsignalen werden gegenereerd in de desbetreffende periode.
FaMe-Net voldeed aan de meeste surveillance indicatoren.
We analyseerden ongeveer 600.000 diagnose codes. In 154 weken werden tussen de 3 en 20 alarmsignalen gegenereerd, afhankelijk van het infectieziektesyndroom en context (symptomen versus (eind)diagnose). Tussen de syndroom definities binnen de onderzochte data zagen we geen duidelijke trends. De meeste respiratoire alarmsignalen werden gegenereerd binnen het respiratoire seizoen (n=69, 93%). Voor alle infectieziektesyndromen waren er tussen de 34 en 65% grote alarmsignalen.
Elektronische zorgregistraties van huisartsen lieten potentie zien omdat dit data register (FaMe-Net) voldeed aan de meeste surveillance indicatoren en omdat alarmsignalen zijn gegenereerd, die zouden kunnen duiden op uitbraken. Verdere validatie van deze alarmsignalen in de praktijk is nodig om een vroegsignaleringssysteem te kunnen ontwikkelen
Advies voor implementatie:
In een volgende studie gaan wij onderzoeken of er uitbraken waren toen deze alarmsignalen zijn gegenereerd. Mocht de volgende studie in combinatie met deze studie gunstige uitkomsten laten zien, dan zou deze methode voor het genereren van alarmsignalen ook bij de GGD gebruikt kunnen worden.
Betrokken medewerkers
Dit onderzoek werd uitgevoerd door Jessica Aguilar Diaz, Phd kandidaat AMPHI, Radboudumc. Het onderzoek werd vanuit AMPHI begeleid door Ellen van Jaarsveld, Stijn Raven, Federica Giardina en Aura Timen. Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van:
Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vanuit gelden voor het programma ‘Versterking infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid GGD’en’ in 2023-2024. De financier was niet betrokken bij het opzetten van de studie, het verzamelen en analyseren van data, het besluit tot publicatie of het schrijven van het manuscript.